Onderwijs uitgebreid
D66 wil meer en beter onderwijs.
Onze kinderen verdienen immers het allerbeste onderwijs van hoge kwaliteit en van een grote diversiteit. D66 Hoorn is van mening dat de kwaliteit van het onderwijs het best gebaat is bij kleinschaligheid en blijft in Hoorn derhalve streven naar kleinschalige onderwijsvoorzieningen voor het voortgezet onderwijs.
Het onderwijs moet voor iedereen vrij toegankelijk zijn en niet leiden tot segregatie in de samenleving. Dus geen uitsluitend zwarte (of witte) scholen en vrije toegang van leerlingen tot scholen voor basisonderwijs. Levensbeschouwing mag op bijzondere scholen, net als op openbare scholen, geen reden zijn om toelating te weigeren. Waar wel zwarte of witte scholen dreigen te ontstaan die de samenstelling van de wijk niet weerspiegelen, moeten schoolbesturen hier met hun toelatingsbeleid iets tegen doen.
D66 Hoorn hecht sterk aan keuzevrijheid voor ouders én kinderen voor het kiezen van een school. Dat hoeft overigens niet in de weg te staan dat soms het openbaar en bijzonder onderwijs in één gebouw gehuisvest worden. Ook het streven naar een eigen identiteit van scholen is prima, zolang dat noodzakelijke samenwerking maar niet in de weg staat.
De Wet OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) wordt in 2010 doorgevoerd en in 2011/2012 wordt de Maatschappelijke Stage voor het Voortgezet Onderwijs ingevoerd.
-
D66 Hoorn wil meer brede schoolconcepten: enerzijds gericht op het achterstandsbeleid (interculturele activiteiten, taalcursussen), anderzijds gericht op combinatie zorg en arbeid (culturele en sportactiviteiten). Naschoolse opvang, taalcursussen en interculturele activiteiten maken deel uit van dit systeem. Steeds meer ouders werken beide en staan voor de ingewikkelde taak om zorg en arbeid te combineren. Deze doelgroep heeft vaak grote moeite om passende opvang voor hun kinderen te vinden. Een dergelijk brede schoolconcept dient gecombineerd te worden met culturele en sportactiviteiten. Uitgangspunt bij deze vorm is dat de ouders zelf het sport- en culturele aanbod voor hun kinderen betalen. In aansluiting hierop moet de naschoolse opvang in start en sluittijden worden uitgebreid om ouders, zowel man als vrouw, in de gelegenheid te stellen om hun werk met de kinderen te combineren. Inhoudelijk moeten in deze naschoolse tijd sport, creatieve- en muzieklessen gegeven worden ter algemene ontwikkeling van de kinderen. (Stichting Netwerk kan hierbij een rol spelen). Dit zou aansluitend op school gegeven kunnen worden. Een 24-uurs opvang is hierbij het ideaal. Hierdoor kan de participatie van vrouwen aan het arbeidsproces ook worden bevorderd.
-
De groei van het aantal kinderen in het basisonderwijs blijft lastig te voorspellen. Het werken met dislocaties en noodgebouwen komt de kwaliteit van het onderwijs niet altijd ten goede en zou zo veel mogelijk moeten worden voorkomen door een goede samenwerking tussen scholen in een wijk. Slechts als het totaal aantal leerlingen de totale capaciteit van de scholen in een wijk overschrijdt, kan er gedacht worden aan noodgebouwen of eventueel nieuwe scholen. Het onderwijs staat volgens D66 echter altijd voorop. In het geval de kwaliteit van het onderwijs aantoonbaar verslechtert door het uitwonen in andere scholen, moet de mogelijkheid van het plaatsen van tijdelijke noodvoorziening of verbouw/nieuwbouw kunnen worden overwogen.
-
In 2012 zal Passend Onderwijs worden ingevoerd. Een heroverweging van staatssecretaris Dijksma in oktober 2009 zorgt voor een aantal belangrijke aanpassingen in het voorstel. De staatssecretaris laat de bestaande samenwerkingsverbanden weer Samen Naar School in takt, bezuinigt op de kosten door de leerling-gebonden financiering te stoppen (het zogenaamde rugzakje) en voegt het speciaal onderwijs toe aan de huidige samenwerkingsverbanden. D66 sluit zich aan bij de visie van de staatssecretaris van OCW dat kinderen zoveel mogelijk in het reguliere onderwijs les zouden moeten krijgen, tenzij dit in individuele gevallen redelijkerwijs niet langer mogelijk is en voortzetting van de onderwijscarrière via het speciaal (basis) onderwijs de beste oplossing is. D66 is van mening dat de gemeente Hoorn een voortrekkersrol zou moeten spelen in de samenwerking op het gebied van zorgleerlingen. D66 vindt dat de regio verantwoordelijk is voor alle kinderen in de regio en daarom is zij van mening dat er kwalitatief goede zorg moet worden geboden binnen de regio, uitgaande van de bestaande voorzieningen en deskundigheid. Kinderen moeten niet de regio uit om onderwijs op maat te kunnen volgen. D66 wil de samenwerking tussen scholen en samenwerkingsverbanden op dit gebied stimuleren. Dit betekent voor de gemeente een andere visie op huisvesting (van huisvesting op leerlingenaantal naar huisvesting op maat) en ook op leerlingenvervoer. D66 wil zich voor een meer participerende en anticiperende rol van de gemeente graag hard maken. Door de gelden die de gemeente beschikbaar heeft voor onderhoud en nieuwbouw door te decentraliseren naar de scholen/besturen zijn scholen in staat op de veranderende behoeften voor kinderen in te spelen (meer/minder lokalen, meer flexibele of kleinte ruimtes).
-
Uit het Periodiek Onderhoudsrapport gemeentefonds 2010 blijkt dat gemeenten structureel minder uitgeven aan onderwijshuisvesting dan zij hebben ontvangen. In een periode waarin het besef groeit dat de budgetten voor onderwijshuisvesting juist zouden moeten groeien om kwalitatief goede huisvesting voor kinderen te kunnen ealiseren, wil D66 zich er hard voor maken dat geld dat is bestemd voor onderwijshuisvesting daar ook aan wordt besteed. D66 is van mening dat de gemeente juist een (pro)-actieve rol moet spelen bij het verbeteren van het binnenklimaat op (basis)scholen. Kinderen presteren het beste bij temperaturen op of net boven de 20°C. Op scholen met alleen of deels natuurlijke ventilatie is de problematiek groot.
-
D66 Hoorn constateert dat het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO) de afgelopen jaren flink is gegroeid. Het praktijkonderwijs in het VMBO wordt verbeterd door het bedrijfsleven hierbij te betrekken. Om de gevolgen van de vergrijzing tegen te gaan en de uitval in het VMBO-onderwijs op te vangen, worden op basis van grondige tweejaarlijkse regionale arbeidsmarktanalyses, regionale leerwerktrajecten opgezet met baangarantie. Deze worden gefinancierd door onder andere landelijke opleidingsfondsen, onderwijs-, werkgelegenheids- en uitkeringsgelden samen te voegen. Vooral arrangementen met de zorgsector kunnen zeer succesvol zijn.
-
D66 wil zich inzetten om zoveel mogelijk vormen van onderwijs binnen de stadgrenzen te behouden. Door goed te blijven faciliteren moet het mogelijk zijn hoge scholen, vakopleidingen, voortgezette en deeltijdopleidingen naar Hoorn te halen of voor Hoorn te behouden. D66 zou ook graag - hoewel dit niet eenvoudig zal zijn - een Hbo-opleiding naar Hoorn halen. Een HBO voor de opleiding van groepsleerkrachten (Pabo) of voor de verpleging/gezondheidswetenschappen zou - gezien de hoeveelheid forenzende studenten - de meeste mogelijkheden bieden. D66 wil vanuit de gemeente Hoorn actief contacten leggen om dit te realiseren.
-
Organisaties die werken met kinderen moeten zoveel mogelijk op de plaats waar kinderen een groot deel van hun tijd doorbrengen worden gepositioneerd. Scholen zijn daarvoor de aangewezen plaats. Op die manier kunnen clusters ontstaan van voorzieningen die de kinderen kennen, kunnen volgen en kunnen behandelen. Ouders hoeven daarvoor niet op zoek; ze kunnen worden verwezen naar de volgende deur. De mogelijkheid van het ontstaan van een zogenaamde één loketfunctie voor aanmeldingen, vragen, doorverwijzingen is op die manier realiseerbaar. Centra voor Jeugd en Gezin zouden in dat licht ook zoveel mogelijk moeten worden gepositioneerd rondom de scholen en zorginstellingen. Het uitgangspunt is: 1 kind, 1 plan, coördinatie en vooral geen bureaucratisering. Het aanwijzen van een regievoerder is wel noodzakelijk. Een punt van zorg is dat het aantal kinderen met de diagnose autisme stijgt.
-
In het onderwijs is het de bedoeling dat alle leerlingen een vorm van maatschappelijke dienstplicht vervullen in de vorm van maatschappelijke stages. Deze maatschappelijke stage voor het Voortgezet Onderwijs wordt verplicht vanaf het schooljaar 2011/2012. De maatschappelijke stage komt nog niet zomaar van de grond door een gebrek aan stageplaatsen. De gemeente heeft een activerende rol bij het informeren van onderwijs- en zorginstellingen over de mogelijkheden van de maatschappelijke stages. Een stagemakelaar is reeds aanwezig en kan hierin bemiddelen. Aandacht voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden heeft prioriteit. De duur van de stage, het aantal stagiaires bij één werkgever en het belang van halen en brengen zijn daarbij belangrijke factoren voor succes.
-
Gezondheidspreventie op scholen heeft prioriteit. Zo baart de tandheelkundige zorg D66 Hoorn veel zorgen. Steeds meer mensen verzorgen hun gebit slecht en bezuinigen op controle en beheer. Juist de jeugd moet hier beschermd worden. Daarom willen wij dat de schoolarts ook het gebit gaat controleren. In de lessen verzorging wordt hier ook aandacht aan besteed.
-
D66 Hoorn kent veel prioriteit toe aan ouderparticipatie. De betrokkenheid van ouders bij de school dient gestimuleerd te worden.
-
Het behalen van minimaal een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt is het uitgangspunt. De gemeentelijke leerplichtambtenaar ziet er streng op toe dat spijbelen en schooluitval wordt voorkomen. Valt een leerling uit dan wordt hij/zij zo snel mogelijk opgespoord en gemotiveerd om weer in het onderwijs in te stromen. Dit beleid moet versterkt worden.
-
Avontuurlijke en creatieve leerlingen worden al in een vroegtijdig stadium in het reguliere onderwijs gespot en warm gemaakt voor het zelfstandig ondernemerschap. Oud-ondernemers worden op scholen ingezet in het kader van “ondernemen is spannend en leuk”.










word lid