Passend onderwijs: krijgen we het wel passend?
Het primair onderwijsveld protesteert de komende weken tegen de aangekondigde bezuinigingen op Passend Onderwijs. In het mediageweld rond studentenprotesten tegen bezuinigingen in het hoger en wetenschappelijk onderwijs lijkt deze bezuinigingsplannen onterecht wat op de achtergrond te geraken.
De overheid heeft haar mond vol van het 'stimuleren van de kenniseconomie', maar is in al haar wijsheid vergeten dat je daarvoor de basis legt in het primair onderwijs.
Met Passend Onderwijs wordt beoogd dat scholen een passend aanbod kunnen doen voor elke leerling die bij de school wordt aangemeld, of - door een beroep te doen op onderwijspartners - dit aanbod zo thuisnabij mogelijk te laten plaatsvinden op een collega school.
Voor een grote groep kinderen zal dit haalbaar blijken; een kleine groep kinderen zal echter aangewezen zijn op extra zorg. Bij Passend onderwijs gaat het daarom - naast een nieuwe kwaliteitsslag - om het creëren van arrangementen voor leerlingen die vanwege leer-, gedrags- en ontwikkelingsproblemen, maar ook sociale problematiek of andere beperkingen onvoldoende van het onderwijs profiteren of worden verwezen naar speciale basisscholen of naar het speciaal onderwijs.
Om bovenstaande te kunnen bereiken wordt een extra inspanning van het onderwijsveld gevraagd. Scholen dienen samenwerkingsrelaties aan te gaan met andere (speciale en speciale basis) scholen om dat gezamenlijke passende aanbod te kunnen bieden. Daarnaast dienen scholen samenwerkingsrelaties aan te gaan met partners in de hulpverlening, omdat sommige leerlingen eenvoudigweg meer nodig hebben dan goed onderwijs en aangewezen zijn op extra zorg of hulpverlening.
Een structurele, goede en snelle (thuisnabije) hulpverlening die aansluit op de vraag vanuit het onderwijs is van groot belang.
Na het project Weer Samen Naar School en Weer Samen Naar School Plus, waarbij de doelstelling ook al was om kinderen zoveel mogelijk te helpen op de basisschool, komt de overheid opnieuw met plannen om dit voor elkaar te krijgen. Het basisonderwijsveld heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. De leerlingenzorg is geoptimaliseerd, er heeft een verbeterslag van de kwaliteit plaatsgehad, scholen werken met ontwikkelingsperspectieven en handelingsplannen en scholen werken veel meer opbrengstgericht. Een ontwikkeling die nog steeds gaande is en goede verbeteringen oplevert.
Ondanks deze verbeteringen blijkt dat er nog steeds een groep kinderen is die zich niet goed ontwikkelt in de basisschool en die gebaat blijft bij een meer passende setting in het speciaal basisonderwijs of in het speciaal onderwijs. Deze beide vormen van onderwijs zijn duurdere varianten en voor de overheid dé variant waarop een grote bezuiniging is te realiseren. Ondanks ervaringen uit het verleden blijft de overheid proberen meer leerlingen op het - lees goedkopere - basisonderwijs onderwijs te laten krijgen. En natuurlijk, daar waar verbeterslagen mogelijk zijn, moeten deze worden gezet. Daar waar basisscholen meer zorgleerlingen zouden kunnen begeleiden, moeten we daar gebruik van maken. Echter, dan nog is er een doelgroep kinderen die gebaat is bij een duidelijke, rustige, vele malen meer gestructureerde omgeving met specifiekere aandacht. Het SBO en het SO blijven van belang.
Per 1 augustus heeft dit kabinet echter al flink gesneden in de omvang van de rugzak waarmee kinderen met een stoornis het SBO bezoeken. (ruim € 4000,- per rugzak). Voor scholen met veel rugzak kinderen een zeer ernstige situatie die hier en daar al heeft geleid tot de keuze deze kinderen niet verder meer te begeleiden.
Het kabinet Rutte heeft aangekondigd nog een 300 miljoen euro op de invoering van Passend Onderwijs te gaan bezuinigen.
De komende weken zal het basisonderwijsveld op meerdere momenten en op verschillende manieren hiertegen protesteren.
De belangrijke vraag die rest is: raken de invoering van de wet Passend Onderwijs en de aangekondigde bezuinigingen op deze invoering de lokale politiek. Het antwoord daarop is: jazeker.
Wil Passend Onderwijs een succes worden dan vraagt dit van de lokale overheid een veel meer flexibel onderwijshuisvestingsbeleid. Daar waar realisatie van scholen en lokalen veelal uitgaat van de hoeveelheid kinderen op een school, zal veel meer de vraag moeten worden gesteld wat de school op huisvestingsgebied nodig heeft om alle kinderen, inclusief de zorgleerlingen , zo goed mogelijk te kunnen begeleiden. Afhankelijk van de keuzes die scholen maken kan dit betekenen dat een extra lokaal nodig blijkt, of een aantal flexplekken om met kleine groepjes te kunnen werken zonder te worden gestoord. Wellicht dat een extra kantoor voor de zorgcoördinator noodzakelijk is of een plek voor de medewerker van het CJG.
Wanneer de lokale overheid op huisvestingsgebied vasthoudt aan de oude politiek, zal de succesvolle invoering van Passend Onderwijs averij oplopen. Ik pleit er daarom voor dat de onderwijswethouders al in een vroegtijdig stadium hierover met het onderwijsveld in gesprek gaan en ook werkelijk de ruimte en de mogelijkheden gaan bieden om met een meer flexibel huisvestingsbeleid aan de slag te gaan.
Achterstallig onderhoud aan schoolgebouwen heeft inmiddels geleid tot een ongezond binnenklimaat op veel basisscholen. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat het op dit gebied slecht is gesteld. Dat een slecht binnenklimaat van invloed is op de leerprestaties is algemeen bekend. Dat kinderen bijvoorbeeld het best presteren bij 20 graden Celcius en bij beperkte CO2 niveaus is aangetoond. Dat temperaturen in lente en zomer vaak vele malen hoger zijn en CO2 niveaus de normen soms ver overschrijden ook.
In de afgelopen jaren is ook nog eens gebleken dat gemeenten structureel minder geld in onderwijshuisvesting investeren dan zij in het gemeentefonds gestort krijgen.
Deze niet geoormerkte gelden kunnen gemakkelijk worden uitgegeven aan andere - belangrijke - zaken. Verbetering binnenklimaat van basisscholen kan niet beperkt blijven tot subsidies. Als de subsidies op zijn, is het beleid ook weer verdwenen. Op die manier ontstaan er dus situaties waarbij het binnenklimaat van een school dramatisch is, maar er slechts geld beschikbaar is voor een aantal thermostaatkranen.
Ik roep de lokale overheid op het lef te hebben onderwijshuisvestingsgelden ook één op één in te zetten voor onderwijshuisvesting. De verbetering van de kenniseconomie waar we allemaal de mond vol van hebben begint niet in het hoger onderwijs, maar bij het primair onderwijs, waar de omstandigheden zo optimaal mogelijk dienen te zijn om daarvoor een goede basis te kunnen leggen.
Een groot deel van de zorgleerlingen kent problematiek die niet of niet volledig is op te lossen binnen de school. De inzet van ouders en in veel gevallen de inzet van de hulpverlening is noodzakelijk. Hulpverlening kan in Nederland niet worden opgelegd, maar is vrijwillig. Op hulpverlening heerst bij ouders nog steeds een groot taboe. Accepteren van hulpverlening betekent immers ook dat je als ouder toegeeft dat je het niet alleen kunt, of in sommige gevallen ook dat je toegeeft dat je als ouder hebt gefaald in de opvoeding. Het is daarom van groot belang dat de hulpverlening in eerste instantie zo laagdrempelig en zo thuisnabij mogelijk kan worden aangeboden. Wat mij betreft betekent dit de aanwezigheid van het CJG ín scholen. Scholen zijn met de ouders namelijk de eerste signaleerders van problematiek. Verwijzing moet twee deuren verder plaats kunnen vinden; niet twee wijken verder!
Ik roep de lokale overheid op om Passend Onderwijs op de agenda te zetten. Inhoudelijk zijn scholen uitstekend in staat om met Passend Onderwijs aan de slag te gaan. Hier en daar is een kleine bezuiniging nog wel op te vangen. Tegen grotere bezuinigingen gaat zij binnenkort op de barricaden.
Het onderwijsveld is - voor het werkelijk Passend krijgen van Passend Onderwijs - echter gebaat bij een meedenkende lokale overheid die bereid is te investeren in passende onderwijshuisvesting, een passend binnenklimaat en passende hulpverlening.
Mark Leek
Raadslid D66 Hoorn NH
Meer nieuws
- D66 wil één coffeeshop aan de rand van de stad volgens ‘Hoorns model’ 18-5-2012
- Veteranenmonument dreigt dure plantenbak te worden! 10-5-2012
- D66 wil duidelijkheid over invloed gemeente bij 't Zevenhuis 26-4-2012
- D66 steunt botenhelling bij Schelphoek 26-4-2012
- D66 stelt vragen over invoering nieuwe Drank- en Horecawet 24-4-2012
- D66 debat training op 12 mei 18-4-2012
- Initiatiefvoorstel havenplan D66 breed omarmd in gemeenteraad 18-4-2012
- D66 twijfelt aan haalbaarheid van één coffeeshop aan stadsrand bij huidig kabinetsbeleid 8-4-2012
- Film Frozen Kids moet er komen! 1-4-2012
- D66 komt met tientallen ideeën om haven beter uit te nutten 17-3-2012










word lid